Thema’s

Alle thema’s waarin WaLTER adviseert.

overzicht

Tools

Alle tools die WaLTER heeft ontwikkeld.

overzicht

Publicaties

Alle publicaties die door WaLTER zijn uitgebracht.

overzicht

Over WaLTER

Alle informatie over het project en de partners.

overzicht
Achtergrond Informatiebehoefte Huidige monitoring Walter analyse Walter advies Referenties Bijlagen
 

Achtergrond

Onderdeel van Baggeren

 
 

Baggermethodes

Baggeren, en het verspreiden van baggersediment, is in de Waddenzee nodig om verondiepingen te verwijderen uit veerverbindingen, hoodvaarwegennet en havens. Het volume te baggeren sediment (het ‘baggerbezwaar’) uit de veerverbindingen en het hoofdvaarwegennet, met uitzondering van het Eems-Dollard gebied, is jaarlijks maximaal 1,6 miljoen m3. Het totale baggerbezwaar uit alle havens gezamenlijk is jaarlijks maximaal 4,1 miljoen m3. Van het totale baggervolume wordt ca. 0,4 miljoen m3 zand aan wal gebracht (Jonker & Koolstra 2011). Voor baggerwerkzaamheden worden drie verschillende methodes gebruikt: opzuigen, opwoelen en scheppen met een kraan. De baggerspecie wordt elders weer verspreid. Dit kan op vier manieren gebeuren:

  • Op een verspreidingslocatie brengen
  • Op stroom zetten
  • Aan wal brengen (onttrekken)
  • Rainbowen (opspuiten op een stort)

Een handleiding van Inspectie Verkeer en Waterstaat (2005) geeft aanwijzingen voor vergunning aanvragers en -verleners voor het verspreiden van zoute baggerspecie. Jonker & Koolstra 2011 beschrijven voorwaarden voor baggerwerkzaamheden inclusief het transport en de verspreiding van de specie. Per baggerlocatie wordt de frequentie, het volume, de soort baggerspecie en de streefdiepte en -breedte aangegeven voor de vaargeulen en havens van de Waddenzee.

Effecten

De werkzaamheden kunnen, via verandering van de abiotische omgeving, effect hebben op habitats en fauna. Voorts kan verstoring optreden door langsvarende baggerschepen (Bouma et al. 2010) en onderwatergeluid. In de Eems-Dollard hebben vaargeulverdiepingen geleid tot veranderingen in het zwevend stofgehalte en de ligging en omvang van het estuariene troebelheidsmaximum (De Jonge et al. 2014). Arcadis (2011) beschrijft de Passende Beoordeling voor het baggeren en verspreiden van baggerspecie in de Waddenzee. Ook zijn er Passende Beoordelingen voor specifieke baggeractiviteiten geschreven zoals voor het baggeren van de haven van Den Helder (Jongbloed et al. 2006, Jongbloed & Rozemeijer 2013).

Baggerbezwaar

Er bestaat toenemende aandacht voor het verminderen van het baggerbezwaar uit havens. De lozing van zoet water in een haven zorgt voor een significante toename van het baggerbezwaar. Het verplaatsen van spuimiddelen en gemalen naar locaties buiten een haven kan leiden tot vermindering van baggervolumes en het ontstaan van nieuwe zoet-zoutovergangen. Voor de haven van Delfzijl is dit onderwerp van studie (Verhoogt et al. 2014). Groningen Seaports verkent in samenwerking met de havenbeheerder van Harlingen de haalbaarheid van een bijzondere toepassing van de airset-techniek. Hierbij wordt de sliblaag op de bodem nabij de havenmond in losse toestand (fluid mud) gehouden, waarbij scheepvaart mogelijk blijft. Dit leidt mogelijk tot vermindering van de slibimport in de haven (Jonker & Koolstra 2011).

Informatiebehoefte