Thema’s

Alle thema’s waarin WaLTER adviseert.

overzicht

Tools

Alle tools die WaLTER heeft ontwikkeld.

overzicht

Publicaties

Alle publicaties die door WaLTER zijn uitgebracht.

overzicht

Over WaLTER

Alle informatie over het project en de partners.

overzicht
Achtergrond Informatiebehoefte Huidige monitoring Walter analyse Walter advies Referenties Bijlagen
 

Huidige monitoring

Onderdeel van Baggeren

 
 

Aspecten

Baggeractiviteiten worden jaarlijks geregistreerd door de beheerders en doorgegeven aan het ministerie van Economische Zaken. Daarbij worden de volgende aspecten geregistreerd (Jonker & Koolstra 2011):

  • Hoeveelheid gebaggerd materiaal
  • Kwaliteit (voldoen aan eisen Besluit Bodemkwaliteit)
  • Samenstelling sediment (o.a. korrelgrootte)
  • Verspreidingslocatie, -periode en -diepte
  • Steekproefsgewijs worden effecten gemonitord
  • Effecten (steekproefsgewijs gemonitord)
  • Motivering baggeren en verspreiden buiten winterperiode

Jaarlijks wordt bekeken of tussentijdse aanpassing van verspreidingslocaties nodig en wenselijk is. Eenmaal per drie jaar wordt het gebruik van de verspreidingslocaties op alle facetten geëvalueerd en afgestemd op de natuurlijke dynamiek, kwetsbare locaties (schelpdierbanken, foerageergebieden van vogels en rustplaatsen van zeehonden) en voortschrijdend inzicht. Afstemming vindt plaats tussen het bevoegde gezag. De chemische kwaliteit van baggerspecie wordt bepaald met een Chemie-Toxiciteit-Toets (CTT). Hierbij wordt rekening gehouden met de biologische effecten van het verspreiden van zoute baggerspecie en de belasting van het zeemilieu. Deze toets wordt toegepast bij een nieuwe vergunningaanvraag (Inspectie Verkeer en Waterstaat 2005).

Concentraties

Monitoring van de zwevende stof concentratie in de Waddenzee maakt onderdeel uit van het MWTL programma van Rijkswaterstaat (factsheet H11). In het waddengebied vindt dit plaats op negen locaties. Hiervan worden er zeven locaties 19 maal per jaar bemonsterd en twee locaties 12 maal per jaar. Bemonstering vindt plaats door het nemen van een watermonster op 1,5 m beneden de waterspiegel. Hiernaast wordt 2 maal per jaar bodemsediment bemonsterd op 6 locaties en eens per drie jaar op 33 locaties. Bij deze bepalingen wordt o.a. de sedimentkorrelgrootte bepaald. Een ruimtelijke dekking van de sedimentkorrelgrootte van de droogvallende platen wordt verzameld in het SIBES-programma van NIOZ (factsheet B27) op een regelmatig grid van 500 x 500 m.

Componenten

Ecosysteem componenten die direct beïnvloed worden door baggeractiviteiten betreffen: algen/primaire productie, bodemdieren en (opslibbing van) kwelders. Monitoring van algen wordt uitgevoerd door Rijkswaterstaat (factsheet P2) en NIOZ (factsheet P3). Monitoring van bodemdieren in het litoraal wordt uitgevoerd in diverse benthos-meetprogramma’s waarbij het WOT-programma van IMARES (factsheet B10) en het SIBES programma van NIOZ de gehele Waddenzee bestrijken. Daarnaast zijn er o.a. specifieke programma’s voor litorale schelpdierbanken (factsheet B11 en B12), zie ook Verver 2015. Wat betreft de bodemdieren in het sublitoraal is er geen gebiedsdekkend programma. Het meetprogramma Monitoring bodemfauna Waddenzee van RWS (factsheet B9) bevat drie sublitorale raaien; tevens bestaat er een meetprogramma voor sublitorale mosselbestanden (factsheet B13) in de westelijke Waddenzee. De opslibbing van kwelders wordt bepaald in diverse meetprogramma’s (factsheet P7, P8, P9, P11) met behulp van waterpassingen, RTK-DGPS metingen of Sedimentatie-Erosie Balken.