Thema’s

Alle thema’s waarin WaLTER adviseert.

overzicht

Tools

Alle tools die WaLTER heeft ontwikkeld.

overzicht

Publicaties

Alle publicaties die door WaLTER zijn uitgebracht.

overzicht

Over WaLTER

Alle informatie over het project en de partners.

overzicht
Achtergrond Informatiebehoefte Huidige monitoring Walter analyse Walter advies Referenties Bijlagen
 

Informatiebehoefte

Onderdeel van Baggeren

 
 

Enquêtes

In 2012/2013 zijn enquêtes gehouden om de informatie- en monitoringbehoeften te inventariseren onder gebruikers van het waddengebied. Hierbij zijn resultaten gebruikt van de werkconferentie Helder over Slib van 10 juni 2010 (Bosch 2010). Voor dit thema zijn de resultaten gebundeld in het 3-delige rapport Havens en Energie en leverde onderstaande informatiebehoefte op.

  • Effecten van baggeren, en specifiek het storten van sediment, op de turbiditeit en vervolgens op het ecosysteem
  • Vermindering van effecten op het systeem door ecologisch verantwoorde baggertechnieken
  • Welke vorm van baggeren (volumes, manier, timing en frequentie) heeft minimale ecologische en morfologische effecten
  • Invloed van baggeren op de slibhouding (per kombergingsgebied)
  • Ecologische effecten van baggeren en daarmee verbonden werkzaamheden
  • Geo- en hydromorfologische effecten van baggeren
  • Normen te hanteren als nautische diepte (kHz voor dieptemetingen) met betrekking tot baggeren

Verkenningen

Rijkswaterstaat voert in de planperiode 2012-2015 verkenningen uit naar de mogelijkheden om de slibhuishouding en achteruitgang (areaal, kwaliteit) van kwelders tegen te gaan (Rijkswaterstaat 2012). Er worden maatregelen onderzocht om het areaal en de dichtheid van zeegras en macrofauna (met name mosselbanken) te vergroten of verbeteren. De vaargeulen in de hoofdwateren van de Waddenzee worden op streefdiepte gehouden met het oog op de veiligheid van de scheepvaart en de toegankelijkheid van havens en eilanden. Voor de nevenvaarwateren worden geen streefdiepten gehanteerd; de bevaarbaarheid is afhankelijk van de natuurlijke ontwikkelingen in het gebied. Rijkswaterstaat volgt de ontwikkeling van de geulen van de hoofdvaarwegen en past de markering hierop aan. De markeringen in de nevenvaarwateren worden jaarlijks aangepast bij grote natuurlijke wijzigingen van het vaarwater, mede op verzoek van gebruikers. Ontwikkelingen in het Eemshavengebied vragen om verruiming van de vaargeul, zodat grotere schepen de haven aldaar kunnen bereiken. Er is behoefte aan informatie over de ontwikkeling van kwelders, macrofauna en zeegras, alsmede de morfodynamica van de geulen.

Experimenten

Adviesbureau DHV (2012) beschreef afwegingen voor het nuttig toepassen van baggerspecie op de Noordzee met het oog op:

  • Duurzame vervulling van de ecologische en morfologische functies van het sediment (bijvoorbeeld slibtoevoer richting Waddenzee)
  • Functionaliteitscriteria voor baggeren (geen grotere hoeveelheid dan nodig, alleen noodzakelijke toepassingen)

In een eerste experiment wordt baggerspecie verspreid nabij een kwelder, teneinde het sedimentaanbod naar de kwelder te vergroten en de kweldergroei te stimuleren. Dit betreft het in september 2014 verleende project ‘Kwelderontwikkeling Koehoal door een slibmotor’ (EcoShape 2014). Door vergroting van kwelders wordt de waterkering beschermd, wordt de zoute kwel in het achterland verminderd en wordt slib vastgelegd in een kwelder in plaats van opnieuw in suspensie te brengen. Dit zal relevante informatie opleveren over de ontwikkeling van kwelders en macrofauna en het transport van fijn sediment naar getijdengebieden.