Thema’s

Alle thema’s waarin WaLTER adviseert.

overzicht

Tools

Alle tools die WaLTER heeft ontwikkeld.

overzicht

Publicaties

Alle publicaties die door WaLTER zijn uitgebracht.

overzicht

Over WaLTER

Alle informatie over het project en de partners.

overzicht
Achtergrond Informatiebehoefte Huidige monitoring Walter analyse Walter advies Referenties Bijlagen
 

Walter analyse

Onderdeel van Baggeren

 
 

Slibgehalten

Informatie is met name wenselijk wat betreft ecologische en morfologische gevolgen van baggeren. Enerzijds om negatieve effecten te minimaliseren, anderzijds om vermindering van baggeren te combineren met verhoging van natuurwaarden. Een basisbehoefte betreft slibgehalten in de bodem en de waterkolom. Voorts is er behoefte aan monitoring van primaire productie, macrofauna en zeegras, naast effecten van verstoring op vogels en zeezoogdieren. De huidige basismonitoring voorziet slechts in een deel van deze behoefte.

Integraal programma

Van Duren et al. (2011) benadrukken het gebrek aan metingen aan zwevende stof concentraties en fluxen, hydrografie, golven, stromingen, turbulentie en biogeochemie. Ze geven aanbevelingen voor een geïntegreerd programma bestaande uit monitoring, veld- en laboratorium experimenten en modellering. Zij bespreken de informatiebehoefte voornamelijk vanuit de benodigde procesparameters voor gedetailleerde numerieke modellen. Het huidige meetprogramma voor gesuspendeerd sediment is onvoldoende dicht in tijd en ruimte. De aanbeveling luidt om gebruik te maken van meetpalen met sensoren voor troebelheid in combinatie met veerbootmetingen. Twee meetpalen dienen te worden geplaatst in iedere komberging, op een representatieve locatie in de geul en op de plaat (exacte posities nader vast te stellen). Tevens zijn er suggesties om, naast troebelheidssensoren, ook andere instrumenten op de meetpalen te bevestigen voor het meten van stroomsnelheid, golven, temperatuur, saliniteit en turbulentie. Ook HF-radar voor oppervlaktestromingen en golven wordt benoemd als een veelbelovende techniek.
Een voorstel voor een meetprogramma voor fluxen van zwevende stof is uitgewerkt.

Met betrekking tot metingen aan bodemeigenschappen is de SIBES dataset redelijk fijnschalig. Van Duren et al. (2011) adviseren om deelgebieden, vanwege seizoensdynamiek, twee keer per jaar te monsteren. Remote sensing (gammaspectroscopie, fotogrammetrie) is mogelijk bruikbaar maar intensieve controle ter plekke (ground truthing) blijft nodig. Een belangrijke parameter voor numerieke modellen van sedimenttransport is de kritische schuifspanning. Ondanks nieuwe ontwikkelingen is er momenteel geen bruikbaar meetinstrument voor grootschalige veldmetingen beschikbaar. Tot slot suggereert men een indirecte meetmethode voor sedimenttransport, het meten van de dispersie van slib gecontamineerd met zware metalen. Er is een voorstel uitgewerkt voor een meetprogramma voor zwevende stof.

Aanbevelingen

Havens
Er bestaat onvoldoende inzicht in maatregelen tot duurzame besparing van baggerkosten in havens. Zo is er te weinig bekend over recirculatie van sediment dat uit havens wordt gebaggerd en in de geulen wordt verspreid. Dit komt voort uit gebrek aan monitoring van fysische processen die leiden tot baggerbezwaar van havens. Dit zou verbeteren door het plaatsen van meer meetpalen voor zwevend slib, stroomsnelheden en zoutgehalte in en nabij havens. Voorts verdient het aanbeveling om de monitoring in havens uit te breiden met scheepsgebaseerde monitoring van transecten, dual frequency echosounding en bodemmonsters ter bepaling van materiaaleigenschappen en vaardiepte. Havenschappen kunnen een belangrijke rol spelen omdat zij de bathymetrie regelmatig (laten) karteren en direct belang hebben bij kennisopbouw over het baggerbezwaar. De meetpalen, geplaatst in het kader van een wetenschappelijk onderzoeksprogramma, kunnen vervolgens door de havens worden onderhouden. Metingen van debieten en zoutgehaltes bij spuimiddelen en gemalen moeten completer worden. Dit is een verantwoordelijkheid van waterschappen.

Experimenten
Het verdient aanbeveling om nuttig hergebruik van baggermateriaal te monitoren waarbij de meetresultaten worden afgestemd met het basismonitoringprogramma dat essentiële informatie levert over reeds aanwezige natuurwaarden, zoals schelpdierbanken, rustplaatsen voor zeehonden, foerageer-, broed- en rustgebieden voor vogels.  

Onderwatergeluid
De geluidsdruk onderwater van baggerschepen is, in vergelijking met koopvaardijschepen en vissersschepen, aanzienlijk. Uitgaande van de frequentie van een sleephopperzuiger van 10-500 Hz zal het geluid dat het schip produceert zeker hoorbaar zijn voor vissen maar minder belastend zijn voor zeehonden (Arcadis 2011, p. 31). Er bestaat geen basismonitoring voor de geluidsdruk onderwater. Het is daarom moeilijk om verschillende activiteiten tegen elkaar af te wegen.

Primaire Productie
Er zijn te weinig metingen van primaire productie in de Waddenzee. Het is aanbevolen om de ruimtelijke variatie in waterkwaliteitsparameters te monitoren vanaf schepen met een ‘ferry box’ voorzien van ADCP, OBS, zuurstofmeter, fluorometer, PAM, etc. De temporele resolutie wordt bereikt door uitbreiding van het aantal vaste meetstations. Een voorstel voor een meetprogramma voor algen/primaire productie en veranderingen in temperatuur, nutriënten en turbiditeit wordt behandeld in het themadossier Klimaat & Natuur.

Sedimentkorrelgrootte
De sedimentsamenstelling van de Waddenzeebodem is een essentiële parameter in een meetprogramma. Het verschaft inzicht in morfologische en sedimentologische ontwikkelingen alsmede habitats voor bodemdieren. In het SIBES meetprogramma wordt de sedimentsamenstelling van de droogvallende delen bepaald. De meest recente gebiedsdekkende metingen van sublitorale delen, verzameld voor de Sedimentatlas Waddenzee (Rijkswaterstaat 1998), stammen uit de periode 1989-1997. Oudere metingen zijn opgenomen in Zwarts et al. (2004). Ten behoeve van de sedimentatlas zijn 7023 monsters genomen in litorale en sublitorale delen van de Waddenzee. Figuur 1 laat de ligging van de meetpunten zien. De sedimentatlas levert onder meer een gebiedsdekkende kaart van het slibgehalte (gewichtspercentage fijn sediment < 63 µm) van de bodem van de Waddenzee. Nadere studie door Arcadis (2013) wees uit dat het slibgehalte met een factor 1,71 is overschat. Dit heeft onder andere te maken met het ontbreken van voorbehandeling van deze monsters. In aanvulling op de bepalingen van sedimentkorrelgrootte in litorale delen van de Waddenzee zijn vergelijkbare bepalingen van de sublitorale gebieden wenselijk en urgent. Een meetplan hiervoor is uitgewerkt in het themadossier Klimaat & Veiligheid.

Bodemdieren

In 2008 is benthos onderzocht in het sublitoraal van de westelijke Waddenzee. Dit is vergeleken met onderzoek uit 1981/1982 (Dekker & Drent 2013). In deze survey zijn bijna 400 boxcore monsters van 0,06 m² genomen tot een diepte van 15 cm onder het bodemoppervlak. De korrelgroottesamenstelling van de monsters is geanalyseerd. Er bestaat geen gebiedsdekkende basismonitoring voor bodemdieren in het sublitoraal. Het is aanbevolen naast de monitoring van litorale bodemdieren ook een meetprogramma voor sublitorale bodemdieren uit te voeren. Dit kan gecombineerd worden met sublitorale korrelgroottebepalingen.