Thema’s

Alle thema’s waarin WaLTER adviseert.

overzicht

Tools

Alle tools die WaLTER heeft ontwikkeld.

overzicht

Publicaties

Alle publicaties die door WaLTER zijn uitgebracht.

overzicht

Over WaLTER

Alle informatie over het project en de partners.

overzicht
Achtergrond Informatiebehoefte Huidige monitoring Walter analyse Walter advies Referenties Bijlagen
 

Achtergrond

Onderdeel van Klimaat & Veiligheid

 
 

Natuurlijke buffer

De Waddeneilanden en de Waddenzee vormen een natuurlijke buffer tussen de Noordzee en de vastelandskust van Groningen, Friesland en Noord-Holland. Ze zijn daarmee een belangrijke schakel in de veiligheid voor Noord-Nederland. Daarnaast kent het waddengebied unieke natuur. Het is derhalve zowel Natura 2000-gebied als Werelderfgoed (Unesco World Heritage).

Het waddengebied is een dynamisch sedimentdelend systeem, waar de morfologie en waterbeweging voortdurend invloed op elkaar uitoefenen. Sediment wordt op verschillende tijd- en ruimtelschalen uitgewisseld tussen de onderdelen van het systeem, zoals wadplaten, geulen, stranden, buitendelta’s, duinen en kwelders (zie bijvoorbeeld ‘Hoe werkt het wad?’, Deltaprogramma Waddengebied 2012). Dit leidt bijvoorbeeld tot de verplaatsing, erosie, ophoging en/of aanlanding van geulen, zandbanken en platen.

Klimaatverandering

Naar verwachting zal klimaatverandering de komende eeuw een sterke invloed uitoefenen op de ontwikkeling van het Waddengebied. Dit betreft veranderingen in de sturende factoren (grootschalige invloeden van buitenaf, die niet direct te beïnvloeden zijn), zoals meteorologie, waterstand en waterbeweging op de Noordzee en bodemdaling. Deze ontwikkelingen zullen in meer of mindere mate een morfodynamische respons opwekken; ofwel doordat zij direct ingrijpen op de morfologie, ofwel doordat zij invloed hebben op de waterbeweging.

Daarnaast treden er door mensen veroorzaakte ontwikkelingen op, zoals de grootschalige aanleg van dijken, bodemdaling door delfstoffenwinning en de afsluiting van delen van kombergingsgebieden. Het is vaak moeilijk om de verschillende oorzaken van een bepaalde ontwikkeling te onderscheiden. De respons van het systeem op natuurlijke veranderingen is vaak gelijksoortig aan de respons op menselijke invloeden. Bovendien kunnen verschillende oorzaken elkaar versterken.

Morfologische veranderingen

Op grond van klimaatveranderingen en menselijke invloed worden onderstaande ontwikkelingen verwacht:

Extra druk op de zandvoorraad van de Noordzeekust
Het waddengebied zal op de verwachte aanhoudende versnelling van zeespiegelstijging reageren met het invangen van extra sediment om de relatieve verdieping op te vangen. Dit sediment (met name zand) zal aangevoerd worden via het zeegat en wordt onttrokken aan de Noordzeekust van het waddengebied (buitendelta’s en eilandkusten). De Noordzeekust van het waddengebied wordt daardoor dubbel belast: enerzijds vanwege de relatieve verdieping van het profiel, anderzijds door toenemende zandvraag vanuit de Waddenzee.

Invloed van veranderingen van de buitendelta op de omliggende kusten
Bij (vergrote) sedimentbehoefte in het achterliggende kombergingsgebied vindt erosie en heroriëntatie van de buitendelta’s plaats. Dit kan effect hebben op het sedimenttransport naar de aangrenzende eilandkusten. Mogelijk leidt het ook tot een toegenomen golfaanval op deze kusten.

Meegroeivermogen eilanden en vasteland
Het meegroeivermogen van de Waddeneilanden is geringer dan de zeespiegelstijging. De polders ontvangen immers geen sediment meer via overstroming, terwijl er onvoldoende zand vanaf de Noordzeestranden over de eilanden wordt verspreid. Op langere termijn kan dit betekenen dat de eilanden relatief dieper komen te liggen en gevoeliger worden voor overstromingen.

Meegroeivermogen getijdenplaten en kwelders
De snelheid van zeespiegelstijging die door het wad niet meer bijgehouden kan worden, bedraagt naar schatting 60 cm/eeuw voor kleine kombergingsgebieden en 30 cm/eeuw voor grote (Oost et al. 1998) tot ca. 1 m/eeuw (van Goor 2001). Problemen met het meegroeivermogen zullen waarschijnlijk pas na 2050 optreden. Ook zal het vrij lang duren voordat het maximum in het meegroeivermogen van kwelders is bereikt. Verder heeft bodemdaling als gevolg van gas- en zoutwinning invloed op het meegroeivermogen.

De geulen worden actiever en vragen mogelijk meer onderhoud
De reeds bestaande problematiek van verschuivende geulen, die de veiligheid van waterkeringen aantasten, kan verslechteren. Dit gebeurt wanneer de geulen dynamischer worden, bijvoorbeeld door toenemend getijvolume vanwege grotere getijslag of verdieping van het wad.

Tipping points
Natuurlijke tipping points zijn plotselinge en significante veranderingen in een systeem, waarbij bijvoorbeeld eilandkusten, buitendelta’s en kombergingsgebieden zich wezenlijk anders gaan ontwikkelen. Daarmee zou een groot deel van de morfologische en ecologische karakteristieken van het waddengebied wezenlijk veranderen. Morfologische veranderingen zullen zich na het passeren van een tipping point waarschijnlijk langzaam voltrekken. Daarvoor zijn vaak grote verplaatsingen van sediment nodig, een proces dat meerdere decennia in beslag kan nemen.
Een adaptation tipping point (Kwadijk et al. 2010) is een kantelpunt waarbij de huidige beleidsstrategie niet meer voldoet, of niet meer tot haalbare oplossingen leidt. Zo kunnen dijken bijvoorbeeld niet eindeloos worden opgehoogd.

Effect toename stormvloedkans
Mochten stormvloeden in de toekomst van groter belang worden, dan is nog niet geheel duidelijk welk effect dit zal hebben op de eilandkusten. Er wordt gedacht aan erosie en Waddenzee-gericht transport van sediment (van Goor 2001) en/of eilandwaarts transport
(de Leeuw 2005, Ruessink et al. 2012). Hoogte en vorm van het voorland bepalen bij de vastelandsdijken of de lokaal opgewekte golven worden gedempt.

Deltaprogramma Waddengebied

Klimaatverandering, zeespiegelstijging en autonoom systeemgedrag kunnen tot situaties leiden waarin de huidige waterveiligheidsstrategieën niet meer voldoen. Het Deltaprogramma Waddengebied (DPW) is onderdeel van het landelijke Deltaprogramma, dat is opgezet op advies van de Tweede Deltacommissie. Het Deltaprogramma heeft tot doel:

  • het garanderen van een duurzame veiligheid tegen overstromingen
  • de beschikbaarheid van zoet water voor de komende eeuw

Het DPW beoogt de risico’s en onzekerheden van de stijgende zeespiegelstijging tijdig in beeld te krijgen. Dit is nodig om hierop adequaat te anticiperen en daarbij kansen te creëren voor robuuste en veerkrachtige natuur en duurzaam menselijk gebruik.

In 2014 heeft DPW zijn zogenaamde Voorkeursstrategie vastgesteld (Programmateam DPW 2014). De bestuurlijke implementatie van de Voorkeursstrategie loopt via het Regionaal Overleg Kust (ROK) en het Bestuurlijk Overleg Deltaprogramma Waddengebied (BODPW). Het doel is om inwoners en economische activiteiten in het waddengebied te beschermen tegen wateroverlast. Voor het zandige systeem is de Voorkeursstrategie DPW gericht op behoud van de bufferende werking van eilanden, buitendelta’s en het intergetijdengebied om zo de basiskustlijn te handhaven en het kustfundament duurzaam in evenwicht te houden. Andere elementen van de Voorkeursstrategie omvatten de implementatie van het nieuwe waterveiligheidsbeleid, het gebruik van de innovatieve aanpak harde keringen en toepassing van het ‘zacht waar het kan, hard waar het moet’ principe voor de eilanden. Om implementatie van de Voorkeursstrategie te ondersteunen, wordt door het Deltaprogramma in drie kennissporen geïnvesteerd namelijk; monitoring, systeemonderzoek en pilotprojecten.

DPW monitoringplan

De plannen voor de bovengenoemde kennissporen zijn uitgewerkt in een Monitoringplan DPW (de Groot et al. 2014b) en Onderzoeksplan DPW (Oost et al. 2014). De monitoringbehoefte uit het onderzoeksplan is opgenomen in het DPW monitoringplan. Het monitoringplan richt zich met name op hoogwaterveiligheid en de elementen die daarop invloed uitoefenen, zoals de sedimenthuishouding en morfologie van de Waddenzee. De voorgenomen monitoring beoogt:

  • Een tijdig signaal te geven indien de huidige beleidsdoelstellingen in gevaar komen
  • Waarnemingen leveren om gefundeerde keuzes te kunnen maken voor nieuwe strategieën om veiligheid en duurzaamheid te borgen
  • Waarnemingen leveren die nodig zijn voor het uitvoeren van bestaande en nieuwe strategieën

Monitoring in het waddengebied bestaat natuurlijk al langer waarbij vele instanties betrokken zijn. Het DPW Monitoringplan identificeert welke monitoring noodzakelijk is in het kader van de waterveiligheid op lange termijn (circa 50 jaar). Door vergelijking met de al lopende monitoringinspanning wordt zichtbaar welke leemtes overblijven. Door het onderbouwen van de totale monitoringbehoefte wordt ook inzichtelijk welke monitoring essentieel is met het oog op waterveiligheid.

Het DPW monitoringplan is een adaptief monitoringprogramma. Het is de bedoeling dat de invulling plaatsvindt door de betrokken monitoringpartners. Zij dragen ook de zorg voor adequate kwaliteitsmanagementsystemen en gebruikersdiensten. Omdat de kennis voor de uitvoering van het Deltaprogramma nog volop in ontwikkeling is, verdient het aanbeveling om het Monitoringplan eens in de vijf of zes jaar bij te stellen naar aanleiding van nieuwe inzichten en ontwikkelingen. Ook deze bijstelling valt onder verantwoordelijkheid van de betrokken monitoringpartners.

Samenwerking

WaLTER en DPW hebben, waar mogelijk, samengewerkt bij het opstellen van monitoringplannen. De focus van WaLTER ligt daarbij voornamelijk op de ecologie en socio-economie, terwijl DPW zich richt op het fysisch systeem. Voor DPW is de monitoring van ecologische parameters van wezenlijk belang. Het is dan ook wenselijk om WaLTER (en andere initiatieven rond chemische en biologische monitoring) goed te laten aansluiten op de uitvoering van DPW. In een gemeenschappelijk opgezette enquête zijn kennisbehoefte en monitoringwensen van potentiële WaLTER gebruikers in kaart gebracht (Vugteveen et al. 2014). Dit leverde een breed scala aan belangrijke kennis- en informatievragen op. In een volgende stap zijn de prioritaire kennisbehoeften doorvertaald naar meetvragen en -variabelen voor een Wadden-breed meetnetwerk (Vugteveen et al. 2013). In dit Themadossier Klimaat & Veiligheid worden de plannen beschikbaar gemaakt.

Afbakening

In dit themadossier wordt alleen de langdurige basismonitoring behandeld. De project gebaseerde monitoring voor DPW kennisontwikkeling is te vinden in het DPW monitoringplan. Het monitoringplan beperkt zich tot de fysische componenten van het Waddengebied: meteo, waterstanden en -beweging, morfologie, sediment en waterkeringen. Monitoring van ecologie, natuurwaarden en socio-economie valt binnen het bestek van de themadossiers Natuurwaarden natte wad, Klimaat en Natuur, Alien species en Demografie en leefbaarheid.

Informatiebehoefte