Thema’s

Alle thema’s waarin WaLTER adviseert.

overzicht

Tools

Alle tools die WaLTER heeft ontwikkeld.

overzicht

Publicaties

Alle publicaties die door WaLTER zijn uitgebracht.

overzicht

Over WaLTER

Alle informatie over het project en de partners.

overzicht
Achtergrond Informatiebehoefte Huidige monitoring Walter analyse Walter advies Referenties Bijlagen
 

Walter analyse

Onderdeel van Klimaat & Veiligheid

 
 

Aanvullende monitoring

Op basis van de informatiebehoefte en de huidige monitoring kan worden vastgesteld dat de huidige monitoring op hoofdlijnen voldoet. Op een aantal punten kan deze worden verbeterd en/of aangevuld. Hieronder volgt een samenvatting; meer gedetailleerde aanbevelingen zijn aan het eind van de Deltathema’s in het DPW Monitoringplan 3.7, 4.7 en 5.4 te vinden.

  • Opstellen van een meetprogramma bodem/sedimenteigenschappen, zoals korrelgrootteverdeling; dit is noodzakelijk voor (operationele) morfologische voorspellingsmethoden, inzicht in de sedimenthuishouding (meegroeivermogen), en als indicator voor het functioneren van het ecosysteem (natuurwaarden).
  • Huidige monitoring van meteorologie en golven in overeenstemming met behoeftes brengen en houden. De huidige monitoring dekt het merendeel van de behoefte maar staat onder druk. In Eems-Dollard is extra monitoringinspanning gewenst. Ook voor de golfbelasting van de vastelandskust zijn metingen nodig om de golfmodellen te valideren. Als het WTI programma wordt beëindigd, zijn extra LMW locaties nodig om gaten van meer dan 50 km op te vullen in het netwerk langs de Noordzee- en vastelandskust.
  • Extra structurele stromingsmetingen zijn nodig voor het verbeteren van de waterstands- en golfmodellen, noodzakelijk voor een betere bepaling van de hydraulische randvoorwaarden.
  • Bodemligging gericht frequenter opnemen in dynamische gebieden en gebieden die grote invloed op de hydraulische randvoorwaarden hebben. Het gaat hier met name om voorlanden. Verder zo veel mogelijk multibeam gegevens gebruiken en aansluiting met AHN (LiDAR) verbeteren.
  • LiDAR metingen voor de jaarlijkse kusthoogtemetingen (Jarkus) op de eilanden uitbreiden, om zo inzicht in het meegroeivermogen en de sedimentbalans van de eilanden te krijgen.
  • Bijdrage aan Jason-CS satelliet voor metingen zeespiegelstijging, zodat trends en patronen in zeespiegelstijging eerder gedetecteerd worden. Dit heeft hoge prioriteit
  • Extra meetpunten voor waterstanden zijn wenselijk voor een betere gebiedsdekking. Voorgestelde locaties: De Cocksdorp, Holwerd en een extra punt tussen Harlingen en Holwerd.
  • Metingen van maaiveldhoogtes en vegetatiesamenstelling van de kwelders uitbreiden naar Dollard- en eilandkwelders, en voor vegetatiesamenstelling naar duinen en groene stranden. Deze uitbreiding is zeker van belang wanneer kwelders en voorlanden een grotere rol in de formele waterkering gaan vervullen.
  • Uitbreiden in-situ metingen van hoogteveranderingen op het wad.
  • Nagaan of waterkeringen tegen door gaswinning geïnduceerde aardbevingen bestand zijn, en of het daarom noodzakelijk is schade aan waterkeringen na aardbevingen te monitoren.
  • Op kritische dijklocaties frequenter loden van de vooroever en eventueel ook het meten van tijdsafhankelijke waterspanningen en vervormingen in de dijk. Deze metingen zouden gecombineerd moeten worden met stabiliteitsberekening binnen een continue toetsing (het toetsingsinstrumentarium daartoe zal in 2017 beschikbaar zijn) of met een real-time stabiliteitsvoorspelling in de tijd.

Uit de DPW/WaLTER analyse komen verschillende aandachtspunten naar voren: een Quick Reaction Force, innovaties in monitoring en het opzetten van basismonitoring voor sedimentsamenstelling (korrelgrootte).

Quick Reaction Force

Een Quick Reaction Force (QRF) moet zorgen voor effectief inwinnen, delen en rapporteren van gegevens en informatie voor relevante stakeholders. Daarnaast moet de QRF het initiatief nemen tot instellen van Task Forces voor het snel uitvoeren van aanvullende studies of monitoring.

Op dit moment is de monitoring rond stormvloeden grotendeels decentraal geregeld, verdeeld over RWS, waterschappen en (meteo) KNMI. De taak van de QRF is om informatie samen te brengen en te analyseren, voor afstemming te zorgen, en de resultaten breed beschikbaar te maken. Zo’n QRF kan in het kader van een programma als Kustgenese 2.0 ontwikkeld worden. Op dit moment wordt begonnen met het in kaart brengen van (en het zo nodig initiëren van overleg tussen) stakeholders. Vanuit operationeel perspectief zijn dit RWS, Deltares, KNMI en Waterschappen en wellicht hebben ook natuurbeheerders in het waddengebied behoefte aan beter inzicht in ecologische effecten van extreme omstandigheden.

Het doel van deze samenwerking is een plan voor het afstemmen van metingen en het opstellen van rapportages door de verschillende partijen, zowel tijdens een gebeurtenis als daarna. Door stroomlijning en afspraken over opslag en uitwisseling van data wordt bovendien dubbel werk voorkomen. Wellicht is een regionale aanpak het meest praktisch, te beginnen met een pilot QRF voor dijkring 6, inclusief de eilanden. De daadwerkelijke uitvoering van de QRF activiteiten hoort thuis in de reguliere programma’s van de partners, zoals LMW en MWTL van RWS. Het is ook van belang om middelen beschikbaar te maken zodat de QRF in bijzondere gevallen een task force binnen gepaste tijd extra analyses en simulaties kan laten voeren.

Innovaties monitoring

Voortdurend doen zich nieuwe ontwikkelingen voor in informatietechnologie, cameratechnieken en automatisering van metingen. Deze bieden mogelijkheden voor innovaties in monitoring. Nieuwe technieken zijn inzetbaar om de monitoring te verbeteren en efficiënter te maken. Hier beschrijven we enkele technieken die inzetbaar zijn voor toekomstige monitoring van DPW doelen en fysische monitoring.

Steeds vaker worden remote sensing technieken ingezet voor het verzamelen van monitoringdata. Remote sensing is het verzamelen van informatie op afstand, zoals vanuit satellieten, vliegtuigen of drones (onbemande vliegtuigjes). De mogelijkheden van het gebruik van satellietdata in lange-termijnmonitoring zijn beschreven in een apart rapport (Davaasuren et al. 2013). Specifieke technieken en hun mogelijkheden voor toepassing in het waddengebied worden in enkele factsheets toegelicht zoals akoestische methoden, fotogrammetrie, gammaspectroscopie, InSAR, laser-altimetrie en optische technieken.

Specifieke toepassingsmogelijkheden voor remote sensing zijn bijvoorbeeld:

  • Sedimentclassificatie, d.w.z. bepaling van korrelgrootte van het sediment in het intergetijdengebied door middel van satellietbeelden.
  • Bepaling van locatie, oppervlakte en oppervlakteruwheid van mossel- en oesterbanken op de voorlanden, via satelliet of drone.
  • Vastleggen van morfologie en morfologische veranderingen op het wad via foto’s (tijdens laagwater) vanuit satelliet, vliegtuig, drone of met het Argus-systeem. Het Argus videosysteem, dat op een hoog punt wordt gemonteerd, is vooral geschikt voor het volgen van een specifieke locatie met een omvang tot enkele kilometers over een periode van jaren, met meestal een resolutie van eens per (daglicht)uur. Daarom is Argus met name geschikt voor locaties met pilots en/of waar nader onderzoek gewenst is.
  • Metingen aan vegetatie en morfologische veranderingen van kwelders en duinen, aan de hand van data verkregen via satelliet of drone.
  • Inschatting van wind, stroming en oppervlakteruwheid door golven, met behulp van radar (bijvoorbeeld in combinatie met SeaDarQ).
  • Nauwkeurige meting van bodemdaling (maaivelddaling) via INSAR. Radarinterferometrie of interferometrische SAR (InSAR). Met behulp van satellieten op 800 km hoogte is het mogelijk om bewegingen vast te stellen van met name gebouwen en infrastructuur, met een nauwkeurigheid van tenminste 1 mm per jaar. Vanwege de eisen aan de reflectiekarakteristieken van het oppervlak komen voor de Waddenzee alleen de dijken met ruw materiaal zoals stortsteen of grof asfalt in aanmerking.

Voor alle metingen geldt dat kalibratie met veldgegevens (ground truthing) noodzakelijk is, en dat de algoritmes geschikt moeten zijn voor de Waddenzee. De toepasbaarheid is onder andere afhankelijk van de lengte van de tijdseries, de ruimtelijke resolutie, de banden (golflengtes), gewenste nauwkeurigheid, wolkenbedekking, tijdstip ten opzichte van laagwater en (dataspecificaties van) beschikbare satellieten. Een uitgebreide beschrijving van mogelijkheden voor remote sensing in het waddengebied in relatie tot kustveiligheid is te vinden in Davaasuren et al. (2012).

Naast remote sensing bestaan er ook innovaties in andere meetmethoden:

  • Binnen het project FloodControl 2015 is in 2010 onderzoek uitgevoerd naar het gebruik van sensortechnologie voor dijken (Bultsma 2010). Dit blijkt vooral kostenefficiënt bij twijfelachtige dijkstrekkingen (net goed- of afgekeurd), mits de onzekerheden samenhangen met tijdsafhankelijke parameters zoals waterspanningen.
  • Waterstanden kunnen mogelijk uit GPS gegevens van boten worden afgeleid.
  • De veerboten van de Teso (Texel) zijn uitgerust met meetapparatuur waarmee hydrodynamica, temperatuur, zoutgehalte en sedimenttransporten worden gemeten. Versies hiervan zijn mogelijk ook op andere veerboten toepasbaar. Aandachtspunten daarbij zijn hoe vaak de veerboot vaart, de route en de inpassing van de meetinstrumenten op de boot.
  • Een groter publiek kan via crowdsourcing, zoals met (mobiele) apps, worden ingezet voor het opnemen van temperatuur, luchtvochtigheid, morfologie, plantengroei, hoogteligging of fotomateriaal.

Bij het inzetten van nieuwe meetmethoden is de continuïteit van de meetreeksen belangrijk. De resultaten van nieuwe en oude metingen mogen niet worden vertekend door veranderingen in meetmethode (tenzij dit een wezenlijke verbetering betreft).