Thema’s

Alle thema’s waarin WaLTER adviseert.

overzicht

Tools

Alle tools die WaLTER heeft ontwikkeld.

overzicht

Publicaties

Alle publicaties die door WaLTER zijn uitgebracht.

overzicht

Over WaLTER

Alle informatie over het project en de partners.

overzicht
Achtergrond Informatiebehoefte Huidige monitoring Walter analyse Walter advies Referenties Bijlagen
 

Huidige monitoring

Onderdeel van Natuurwaarden natte wad

 
 

Overzicht

Onderstaand een overzicht van de huidige monitoring van natuurwaarden. Voor de meeste parameters zijn één of meer monitoringprogramma’s beschikbaar. Deze zijn beschreven in de EVA factsheets.

Parameters Verdere specificatie Factsheets
Habitat oppervlakte Gericht op Habitatrichtlijn Standaard Data Forms 
H1110A, H1130, H1140A,
H1310, H1330A
Habitat kwaliteit Gericht op Habitatrichtlijn Idem
Fytoplankton 6 locaties sinds 1990 P2
1 locatie sinds 1974 P3
Microfytobenthos Geen monitoring
Hogere planten Zeegras litoraal en sublitoraal P6
Vegetatieontwikkeling, kwelders Waddenzee P10
Vegetatieontwikkeling Friese en
Groningse kwelders
P7, P8
Vegetatieontwikkeling, kwelders
Ameland en Moddergat
P9
Vegetatieontwikkeling, kwelders Schiermonnikoog, Terschelling, Dollard P11
Dierlijk plankton Weinig monitoring
Bodemdieren Litoraal algemeen, Sibes B27
Litoraal algemeen Balgzand B8, B16
litoraal algemeen Piet Scheveplaat, Groninger wad, Dollard
en sublitoraal Balgzand
B9
Litorale schelpdierbestanden B10, B11, B12
Sublitoraal algemeen B4
Sublitoraal schelpdieren, krabben, zeesterren B13
Sublitoraal algemeen Rottum M6
Sublitoraal, kweekpercelen mosselen B14
Sublitoraal, MZI’s
Insecten etc. Voor selectie van groepen Vlinders, libellen
Vissen & Garnalen Bodemvis survey F4
Fuikvangsten Marsdiep F2
Litoraal hoogwater Balgzand F3
Vogels Hoogwatervluchtplaatstellingen
van vogels van litoraal en
foerageerders van kwelders en aangrenzende polders
V2, V3, V12
Vliegtuig en boot tellingen vogels
sublitoraal
V4, V5
Aantallen foerageerders op
litorale platen
V36
Aantallen broedvogels V6
Reproductie V7, V12, V31, V21
Mortaliteit en overleving M3, V21, V35
Populatiestudie V14V16V17aV17b,
V18, V19, V20V21,
V37V38,V39,V40,
V41, V42, V43, V44,
Eider
Zeehonden & Bruinvis Aantallen, populatiestudies Zeehond en Grijze zeehond Z1
Bruinvis & andere soorten Z4

Monitoringprogramma's

Habitat oppervlakte en kwaliteit
Monitoring van oppervlakte en kwaliteit van habitat is uitgewerkt voor de verplichtingen van de Habitatrichtlijn (Paijmans & van der Sluis 2013, Janssen et al. 2014). Het gaat om de volgende habitattypen:

  • Permanent overstroomde zandbanken (H1110A; in het waddengebied het sublitoraal)
  • Estuaria (H1130; Eems-Dollard)
  • Slik en zandplaten (H1140A; litoraal)
  • Zilte pionier-begroeiingen (H1310; kwelders en schorren)
  • Zilte graslanden (H1330A; buitendijks op kwelders).

Bij oppervlakte gaat het zowel om de absolute oppervlakte van het habitattype in het N2000 gebied als de relatieve oppervlakte binnen Nederland. Onder kwaliteit gaat het om beoordelingen van de representativiteit (hoe ver staat het habitattype in een gebied af van de ideale situatie) en de behoudsstatus (mate van instandhouding van de abiotische componenten) (Janssen et al. 2014).

Fytoplankton
De langste tijdreeks (vanaf 1974) is beschikbaar voor het Marsdiep (westelijke Waddenzee), uitgevoerd door het NIOZ vanaf de zuidpunt van Texel. Soortensamenstelling en dichtheid van fytoplankton wordt dagelijks gemeten tijdens hoogwater, samen met primaire productie, chlorophyl en verschillende abiotische factoren (Philippart et al. 2010,). Het andere meetprogramma, onder verantwoordelijkheid van Rijkswaterstaat, vindt sinds de jaren zeventig plaats. Binnen de Waddenzee worden zes locaties bemonsterd, waarvan twee in het Eems-Dollard gebied. De gegevens worden gebruikt voor o.a. TMAP (Van Beusekom et al. 2009, Mulderij et al. 2013).

Microfytobenthos
Geen monitoring momenteel.

Zeegras
De aanwezigheid van zeegras is een belangrijke natuurwaarde (biobouwer, biodiversiteit, voedselweb) van het litoraal en sublitoraal. Ondanks een algemeen voorkomen in de westelijke Nederlandse Waddenzee, is zeegras na 1932 grotendeels verdwenen. Het overgebleven areaal (alleen litoraal) wordt één maal per drie jaar integraal gekarteerd; enkele locaties worden jaarlijks in beeld gebracht. Vanwege recente uitzetproeven zijn van deze deelpopulaties ook jaarlijkse metingen beschikbaar.

Kweldervegetatie
Met het VEGWAD-programma, onder verantwoordelijkheid van Rijkswaterstaat, worden alle Nederlandse kwelders eens in de zes jaar gekarteerd (vegetatietypen, -samenstelling en -oppervlakte, geen afzonderlijke soorten) (Bakker et al. 2005). Sinds 1960 zijn meetreeksen beschikbaar van de vegetatieontwikkeling (meetvakken en monsterpunten, WOK-monitoring en SEB-meetnet) van Fries-Groningse vastelandskwelders (Dijkema et al. 2013). Van Schiermonnikoog (sinds 1997), Terschelling (1992) en de Dollard (1983) zijn niet-jaarlijkse vegetatiekarteringen beschikbaar (RuG, Groninger Landschap). In het kader van effecten van gaswinning en bodemdaling wordt kweldervegetatie op Ameland en Moddergat gemonitord sinds1993 (De Groot & Van Duin 2014, Van Duin et al. 2014).

Dierlijk plankton
Geen uitgebreide monitoring. Bij de bemonstering van fytoplankton vanaf de NIOZ steiger wordt ook het zoöplankton bemonsterd dat hiervan leeft (Fransz et al. 1992).

Bodemdieren – litoraal
Sommige monitoringprojecten richten zich op alle macrobenthos, andere specifiek op schelpdierbestanden in relatie tot visserij. De langste tijdreeks, vanaf 1973 en gericht op algemene macrofauna ontwikkelingen, loopt op Balgzand (NIOZ; Beukema & Dekker 2011). Sinds 1991 worden ook raaien bemonsterd op het litoraal (9, overigens ook 3 sublitoraal) elders in de Waddenzee (inclusief Dollard) (Rijkswaterstaat; Dekker & Waasdorp 2005). Bij het Sibes project van het NIOZ wordt sinds 2008 de Waddenzee bemonsterd met een grid. Dit grootschalige project geeft veel inzicht in de verspreiding en ruimtelijke variatie van benthos op de wadplaten (Bijleveld et al. 2012, Compton et al. 2013). Schelpdierbestanden op de wadplaten worden gemonitord met verschillende projecten door IMARES (Van den Ende et al. 2012, Van Stralen et al. 2012, Fey et al. 2013, Van Zweeden et al. 2013).

Bodemdieren – sublitoraal
De sublitorale bemonstering richt zich vooral op schelpdierbestanden, krabben en zeesterren (Craeymeersch et al. 2005). Bemonstering van mosselpercelen vond enige tijd plaats maar is gestopt. De bemonstering van Mossel Zaad Invanginstallaties is eveneens van belang (themadossier Schelpdiervisserij).

Terrestrische ongewervelden
Uitgebreide monitoring ontbreekt. Systematische monitoring van dagvlinders en libellen vindt plaats in landelijke meetnetten, maar er is niet uitgezocht hoe veel transecten op kwelders liggen.

Vissen en garnalen
Het meest uitgebreide programma is de Demersal Fish Survey (DFS) van IMARES, uitgevoerd sinds 1970 en zich richtend op bodemvis en garnalen. In eerste instantie was het bedoeld voor bestandsbepaling van commerciële soorten, maar alle gevangen soorten worden geregistreerd (meer detaillering in soorten vanaf 1990) (Tulp et al. 2008). Een ander programma betreft fuikvangsten in het Marsdiep, uitgevoerd sinds 1966 (NIOZ; Van der Veer et al. 2014). Deze reeks verzamelt ook informatie van pelagische vissoorten.

Vogels – aantallen in de Waddenzee
De meetnetten Broedvogels (Boele et al. 2015) en Watervogels (Hornman et al. 2015) van Sovon leggen jaarlijks de aantallen en verspreiding vast van karakteristieke soorten broedvogels, doortrekkers en wintergasten. Deze monitoring, onderdeel van het Netwerk Ecologische Monitoring, is gericht op de informatiebehoefte vanuit de Vogelrichtlijn, MWTL en TMAP. De aantallen niet-broedvogels worden vooral geteld op hoogwatervluchtplaatsen (HVP’s), plekken waar wadvogels zich concentreren en goed telbaar zijn. Kennis van aantallen en trends elders langs de vliegroute is essentieel om ontwikkelingen in de Waddenzee te interpreteren (Van Roomen et al. 2013).

Vogels – verspreiding over foerageergebieden
Binnen het meetnet Watervogels wordt de verspreiding over de foerageergebieden gemonitord van ganzen en zwanen (tellingen overdag, buiten HVP’s om). De foerageergebieden van zee-eenden en eider worden vastgelegd bij tellingen vanuit een vliegtuig (Arts 2013). De verspreiding van vogels over hun foerageergebieden wordt verder alleen gemonitord bij tellingen van enkele wadplaten, frequente transect-tellingen in het sublitoraal (Wadden Unit Ministerie van EZ) en in het kader van onderzoeksprojecten.

Populatiedynamica
Metingen aan reproductie en overleving van wadvogels zijn vaak soortgericht en onderdeel van kortere of langere onderzoekprojecten, die soms een monitoringkarakter hebben. Rotgans, scholekster, kanoet, rosse grutto, lepelaar, drieteenstrandloper, grote stern, visdief, kleine mantelmeeuw en zilvermeeuw zijn relatief goed onderzocht. De beschikbare data zijn recent op rij gezet door Van der Jeugd et al. (2014). Reproductiecijfers van karakteristieke broedvogelsoorten worden verzameld in het kader van TMAP (Van Kleunen et al. 2012).

Zeehonden en bruinvis
Van gewone en grijze zeehond worden aantallen, verspreiding en reproductie sinds 1960 gevolgd (Brasseur et al. 2013). Het voorkomen van bruinvissen in de Waddenzee is te onregelmatig voor systematische monitoring.