Thema’s

Alle thema’s waarin WaLTER adviseert.

overzicht

Tools

Alle tools die WaLTER heeft ontwikkeld.

overzicht

Publicaties

Alle publicaties die door WaLTER zijn uitgebracht.

overzicht

Over WaLTER

Alle informatie over het project en de partners.

overzicht
Achtergrond Informatiebehoefte Huidige monitoring Walter analyse Walter advies Referenties Bijlagen
 

Walter analyse

Onderdeel van Natuurwaarden natte wad

 
 

Basismonitoring

Onderstaand een overzicht van bevindingen ter verbetering van de basismonitoring van natuurwaarden van het natte wad. Wat systeemkennis betreft worden al veel parameters vastgelegd maar de onderlinge afstemming en efficiëntie verdienen aandacht. Sommige parameters ontbreken geheel of gedeeltelijk en meting van procesvariabelen vindt veel minder plaats (Philippart et al. 2009, Kraft et al. 2011).

Kwelders

  • Huidige projecten vertonen met betrekking tot vegetatie, hoogteligging en erosie/opslibbing van kwelders nog weinig samenhang (kwelderwerken versus eilandkwelders, algemene monitoring versus monitoring van bodemdaling, onderzoekreeksen naast beleidsmonitoring). Betere afstemming maakt geïntegreerd gebruik van gegevens mogelijk.
  • Meer afstemming is mogelijk bij monitoring van kwelders (vegetatie, broedvogels, begrazingvragen). Onderzoek naar onderlinge processen is meestal van korte duur. Het ontbreken van systematische monitoring van begrazing en andere beheermaatregelen op kwelders vormt een groot gemis.
  • Meer gedetailleerde kaarten en modellen zijn nodig om de overstromingskansen van kwelders te voorspellen en de gevolgen voor vegetatieontwikkeling en broedsucces te kunnen volgen (zie ook themadossier Gas- en zoutwinning).

Litoraal-sublitoraal

  • Microfytobenthos en zoöplankton zijn belangrijke componenten in het voedselweb van de Waddenzee. Gebrek aan gegevens belemmert inzicht in het functioneren van het systeem. Opstarten van monitoring is gewenst al zal het een tijd duren voordat voldoende tijdreeksen ontstaan zijn om betekenisvolle resultaten te genereren. Een betere optie is om eerst de invloed van deze componenten binnen het voedselweb te kwantificeren door middel van onderzoek.
  • Fytoplankton wordt niet frequent en gedetailleerd genoeg (ruimtelijke resolutie) gemeten. Dit kan verbeteren door uitbreiding van geautomatiseerde meetopstellingen (zie ook themadossier Klimaat & Natuur).
  • Bodemdieren op het litoraal worden momenteel vooral gemonitord met het oog op veranderingen in de tijd (meetreeks Balgzand vanaf 1970 en negen andere locaties vanaf 1991) en de ruimte (Sibes vanaf 2008). Sibes levert veel aanvullende kennis op over representativiteit van de oudere meetreeksen. Het is een belangrijke bron van informatie om ruimtelijke impacts op het natte wad in te schatten. Daarnaast vinden in het litoraal allerlei jaarlijkse karteringen van schelpdierbestanden plaats in samenhang met visserijbeleid. Het is van belang om de algemene benthos meetnetten en de specifieke schelpdier meetnetten beter op elkaar af te stemmen. Zodoende kunnen resultaten elkaar inhoudelijk aanvullen en kan de uitvoering mogelijk efficiënter plaatsvinden.
  • Monitoring van bodemdieren in het sublitoraal geschiedt vooral met meetnetten gericht op schelpdierbestanden in relatie tot visserijbeleid; jaarlijkse monitoring van de exacte verspreiding en biomassa op de mosselpercelen ontbreekt. Een meer algemene kartering, vergelijkbaar met Sibes, gericht op het geheel aan bodemdieren, is van belang (zie ook themadossiers Baggeren en Garnalenvisserij).
  • Monitoring van vissen en garnalen is ontoereikend wat betreft pelagische vissen en trekvissen. Pelagische vissen vormen een belangrijke schakel in het voorkomen van viseters in de Waddenzee, waar met name de achteruitgang van een aantal soorten sterns zorgen baart. Een aantal specifieke trekvissoorten is beschermd onder de Habitatrichtlijn en belangrijk in de relatie tussen Waddenzee en binnendijkse wateren (zout-zoet overgangen). Bij vissen en garnalen is niet alleen inzicht nodig in aantalsveranderingen (tijdreeksen), maar ook in verspreiding en positie in het voedselweb, zowel top-down als bottom-up. Naast behoefte aan monitoring zijn er ook belangrijke onderzoeksvragen (zie ook themadossier Garnalenvisserij en Van der Veer & Tulp in prep.).
  • Bij vogels is de basismonitoring (aantallen broedvogels, doortrekkers en wintergasten) grotendeels in orde. Wat ontbreekt is vooral actuele kennis over de verspreiding van foeragerende vogels over het litoraal en in mindere mate sublitoraal. Zulke kennis maakt betere koppelingen met andere systeemcomponenten mogelijk en vormt een noodzakelijk hulpmiddel bij veel beleids- en beheervragen over invloed van menselijk handelen (zie bijlage). Daarnaast is reeds veel kennis vergaard over demografische parameters (sturend in de populatiedynamica van vogels), maar deze informatie is versnipperd, niet altijd duurzaam gewaarborgd en soms kwalitatief of kwantitatief ontoereikend. Grote winst valt te halen uit meer sturing en aanvullende metingen (Van der Jeugd et al. 2014). Monitoring van vogels in de Waddenzee dient onderdeel te zijn van een monitoringprogramma van de hele Oost-Atlantische vliegroute. Het welvaren van veel karakteristieke wadvogels hangt immers deels af van de condities in broed- en overwinteringsgebieden elders (Van Roomen et al. 2013).
  • Monitoring van de aantallen zeehonden is in orde. Aanvullend is ook monitoring van de aantallen naar en van opvangcentra van belang; dit lijkt nu geen onderdeel van een formeel monitoringprogramma. Monitoring van bruinvissen in de Waddenzee is nu nog niet belangrijk (onregelmatig voorkomen). Bij toenemende aantallen is aansluiting bij het SCANS programma zinvol.

Vogel en -Habitatrichtlijnen

Ten aanzien van monitoring voor de Vogel- en Habitatrichtlijnen en de Kader Richtlijn Water kunnen de volgende opmerkingen worden gemaakt (zie ook Paijmans & van der Sluis 2013):

  • De Demersal Fish Survey bemonstering van bodemvis is van belang voor Habitatrichtlijn monitoring, voor sommige vis is het belangrijk om het voorkomen tot op de soort te bepalen (zeenaalden, pitvis, zandspiering en grondels).
  • Voor de specifieke Habitatrichtlijn vissoorten (fint, rivierprik, zeeprik) is meer monitoring nodig op plekken tussen Waddenzee en het zoete achterland.
  • De bemonstering van bodemdieren (bloemdieren, borstelwormen) in het sublitoraal van het estuarium Eems-Dollard moet worden verbeterd.
  • Monitoring van zeehonden op het Nederlands Continentaal Plat is nodig met het oog op de relatie met het waddengebied.
  • Voor zeehonden en vogels is meer monitoring wenselijk van menselijk handelen (recreatie op dijken en kwelders, wadlopen, wadvaren, verschillende vormen van visserij). Dan kan beter geadviseerd worden over knelpunten, impacts en mitigatie.