Thema’s

Alle thema’s waarin WaLTER adviseert.

overzicht

Tools

Alle tools die WaLTER heeft ontwikkeld.

overzicht

Publicaties

Alle publicaties die door WaLTER zijn uitgebracht.

overzicht

Over WaLTER

Alle informatie over het project en de partners.

overzicht
Achtergrond Informatiebehoefte Huidige monitoring Walter analyse Walter advies Referenties Bijlagen
 

Huidige monitoring

Onderdeel van Schelpdiervisserij

 
 

Vanuit visserijbeleid

WOT Visserijonderzoek – Schelpdieren
Deze monitoring vormt de basis voor het beleid inzake exploitatie van schelpdieren en bescherming van mariene habitat in kustzones. Het is gericht op het kunnen toespitsen van (beperkende) maatregelen voor de visserij met het oog op natuurdoelstellingen (N2000) en op het volgen en evalueren van beheersmaatregelen. De monitoringgegevens worden gebruikt om de omvang van visbare bestanden vast te stellen en de effecten van schelpdiervisserij op het ecosysteem (in het bijzonder voedselvoorziening voor vogels) in te schatten (Verver 2013). Concrete doelen in de Waddenzee:

  • Kartering van mossel- en oesterbanken en inschatting van het totaal areaal aan (droogvallende) banken
  • Inschatting van de bestanden (biomassa), inclusief kokkels

De voorjaarsgegevens worden, vanwege beleid (foerageermogelijkheden vogels in winter) en vergunningverlening voor visserij geëxtrapoleerd naar een schatting van de kokkelbestanden en oogstbare biomassa’s in september (Troost et al. 2012c). De volgende rapporten worden jaarlijks opgeleverd:

  • Het mosselbestand en het areaal aan mosselbanken op de droogvallende platen in de Waddenzee in het voorjaar van [jaartal] (laatste versie Van den Ende et al. 2014b)
  • Het kokkelbestand in de Nederlandse kustwateren in [jaartal] (laatste versie Van Asch et al. 2014)
  • Schelpdieren in de Nederlandse kustwateren in [jaartal] (laatste versie Perdon et al. 2014)
  • Het oesterbestand in de Nederlandse kustwateren in [jaartal] (laatste versie Van den Ende et al. 2014a)
  • Up to date houden van het handboek bestandsopnamen schelpdieren WOT (laatste versie Perdon & Troost 2012, Troost et al. 2012c)

De inventarisaties van het kokkel- en oesterbestand geven, samen met de inventarisatie van areaal en biomassa droogvallende mosselbanken, een compleet beeld van het jaarlijks aanwezige (geïnventariseerde) schelpdierbestand op de droogvallende platen van de Waddenzee.

PO mosselcultuur – Sublitorale mosselbestanden
Sinds 1992 wordt in opdracht van de PO Mosselcultuur tweemaal per jaar het mosselbestand in het sublitoraal van de westelijke Waddenzee geïnventariseerd. De gegevens worden gebruikt bij het opstellen van visplannen en de vergunningverlening voor de mosselzaadvisserij in het voor- en najaar. Daarnaast zijn ze van belang voor de ontwikkeling van het visserij- en natuurbeleid (Natura 2000), waaronder de uitvoering van het Convenant Transitie Mosselsector, en voor ecosysteem- en effectstudies zoals de PRODUS en Mosselwad projecten. De bestandsopnamen worden uitgevoerd door MARINX samen met IMARES (Van Stralen et al. 2014).

PRODUS
Binnen PRODUS (Project Duurzame Schelpdiercultuur), in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en de Producentenorganisatie van de Nederlandse Mosselcultuur, is in 2008 een Waddenzee brede survey uitgevoerd. Dit beoogde een algemeen beeld te krijgen van de bodemdiersamenstelling in de sublitorale Waddenzee en de rol van de mossel daarin. De bodemfauna van de sublitorale westelijke Nederlandse Waddenzee is in het najaar 2008 bemonsterd en vergeleken met een survey in 1981-1982. Op in totaal 397 stations verdeeld over twee kombergingsgebieden is een box core van 0.06 m2 genomen. Deze stations zijn ook gedurende 1981 en 1982 bemonsterd (Dekker & Drent 2013, Smaal et al. 2013).

Productiegegevens
Zaadvisgegevens werden tussen 1984 en 1989 verzameld, opgeslagen en gerapporteerd door het voormalige RIN/IBN. Vanaf 1991 zijn deze gegevens bijgehouden door het Productschap Vis in opdracht van PO Mosselcultuur. In 2014 zijn onderdelen ondergebracht bij het Ministerie van Economische Zaken (NWVA). Naast zaadvisgegevens worden scheepsgegevens bijgehouden. Locatie, snelheid en activiteitstatus van mosselschepen worden geregistreerd via het Blackbox systeem (verplichte opgave aan de mosselsector). Verder worden cijfers van mosselleveringen bijgehouden door het Mosselkantoor. Economische gegevens over de mosselsector worden verzameld door LEI in kader van Bedrijven Informatie Net (BIN). De mosseltransitie wordt gevolgd. Op basis van de tussentijdse evaluatie is in 2014 een nieuw Plan van Uitvoering door de convenantpartners vastgesteld (PRW 2014).

Vanuit natuurbeleid

WOT
Vanuit het WOT-thema Informatievoorziening Natuur wordt door IMARES Wageningen UR de langetermijnontwikkeling van een twaalftal (gemengde) mosselbanken in detail gevolgd, met speciale aandacht voor eigenschappen die de overleving van mosselbanken bepalen (Fey et al. 2014a). Daarnaast worden ontwikkelingen gevolgd in het (internationaal afgesproken) referentiegebied Rottum (Fey et al. 2014b).

N2000
In de N2000 beheerplannen moet het hoofdstuk Monitoring ingevuld worden. Hiervoor is een Programma van Eisen opgesteld ten aanzien van gebiedsgerichte monitoring (Natura 2000, 2009) gericht op instandhoudingsdoelstellingen, -maatregelen en (effecten van) gebruik en mitigerende maatregelen. Het monitoringplan ten behoeve van het Natura 2000-beheerplan Waddenzee is in ontwikkeling (Rijkswaterstaat 2015). Alle soorten en habitattypen met een instandhoudingsdoelstelling moeten worden gemonitord. Daarbij worden omvang (oppervlakte) en relevante kwaliteitsaspecten gevolgd. De invulling van het monitoringplan wordt gestuurd door de aanwijzingsbesluiten, het Programma van Eisen (parameters), expertkennis, gebruik in gebied en regulering in beheerplan, jurisprudentie en financiën. Voor het invullen van de monitoringverplichtingen wordt uitgegaan van bestaande meetnetten.

Benthosmeetnet MWTL
In het Nederlandse deel van de Waddenzee is, gedurende enkele decennia, in een aantal deelgebieden onderzoek gedaan naar de jaar-op-jaar variatie en populatiedynamiek van het macrozoöbenthos op droogvallende wadplaten. Dit gebeurt op Balgzand bij Den Helder (sinds 1968), het Groninger wad bij Noordpolderzijl (sinds 1969), de Heringsplaat in de Dollard (sinds 1977) en de Piet Scheveplaat onder Ameland (sinds 1978). Het programma op Balgzand is opgezet door het NIOZ, de andere programma’s door Rijkswaterstaat. In 1989 is op initiatief van Rijkswaterstaat een soortgelijk onderzoeksprogramma gestart op een drietal raaien in het sublitoraal van de westelijke Waddenzee, uitgevoerd door het NIOZ.

De monitoring van bodemdieren bij Balgzand (eerst door Jan Beukema, nu door Rob Dekker) vormt een unieke meetserie waarin sinds 40 jaar consequent op dezelfde 15 punten met dezelfde methode bemonsterd wordt. Tweemaal per jaar (winter, zomer) worden aantallen en biomassa van alle macrobenthische (> 1mm) bodemdieren bemonsterd (zie themadossier Exoten voor gedetailleerdere beschrijving).

Sinds 1994 is een deel van het onderzoek op Balgzand, en alle monitoringonderzoek (macrozoöbenthos) in de overige deelgebieden, onderdeel van het benthosmeetnet (voormalig BIOMON) binnen de Monitoring van de Waterstaatkundige Toestand des Lands (MWTL) van Rijkswaterstaat. In 2011 zijn de bemonsteringen op Balgzand en in het sublitorale deel van de westelijke Waddenzee, in elk deelgebied over drie raaien verdeeld, uitgevoerd door het NIOZ (Dekker 2012).

SIBES
De SIBES survey dekt momenteel een gebied van 2483 km2 met 4700 sampling stations. In seizoen 2014 is de opzet van de monsterpunten iets veranderd. In het verleden (2009-2013) zijn de kombergingen, waar de NAM bodemdaling verwacht, intensiever gemonsterd. Hiertoe werd in twee van zulke gebieden (Pinkegat en Zoutkamperlaag) naast elk monsterpunt ook een random gekozen punt bemonsterd. De twee kombergingen hadden daarmee 100% extra randompunten en in de rest van de Waddenzee 10%. Afgelopen seizoen is overgestapt op een uniformere bedekkingsgraad aan random punten. Nu zijn er in de hele Waddenzee ~20% aan extra randompunten (dus bovenop het 500 x 500 m grid). In veldseizoen 2015 wordt op deze manier doorgegaan. Ook is afgelopen seizoen een deel van de Duitse Waddenzee bemonsterd op verzoek van en in samenwerking met Duitsland. De NAM financiert momenteel de bemonstering van de kombergingsgebieden Pinkegat en Zoutkamperlaag. De bemonstering van de overige Waddenzee valt onder het NIOZ. Dit betekent dat voorlopig het gehele monstergrid (inclusief randompunten) van 4700 monsterpunten bemonsterd blijft (pers. comm. S. Holthuijsen, NIOZ).

De bijlage ‘Monitoringoverzicht Schelpdiervisserij‘ geeft een overzicht van de huidige monitoring met betrekking tot schelpdiervisserij en schelpdieren in de Waddenzee. In het WaLTER dataportaal zijn momenteel de volgende datasets (free query op ‘shellfish’) te vinden:

  • Detailed monitoring of selected mussel beds in the Dutch Wadden Sea (1997-2012; IMARES)
  • Inventory of shellfish beds in the Dutch Wadden Sea (2007-2011; IMARES)
  • Inventory of shellfish species in the Dutch Waddensea (2007-2012 ; Mytilus edulis)
  • Inventory of shellfish species in the Dutch Waddensea (2007-2012 ; Cerastoderma edulis)
  • SIBES Shellfish abundance 2013
  • SIBES shellfish ash-free dry weight biomass 2013

Ook binnen het Nationaal Georegister zijn deze data deels te vinden, net als dataprodukten, o.a. ten aanzien van mosselzaadinvangstallaties.