Thema’s

Alle thema’s waarin WaLTER adviseert.

overzicht

Tools

Alle tools die WaLTER heeft ontwikkeld.

overzicht

Publicaties

Alle publicaties die door WaLTER zijn uitgebracht.

overzicht

Over WaLTER

Alle informatie over het project en de partners.

overzicht
Achtergrond Informatiebehoefte Huidige monitoring Walter analyse Walter advies Referenties Bijlagen
 

Walter advies

Onderdeel van Schelpdiervisserij

 
 

Remote Sensing

Goede monitoring begint bij de methoden en technieken die worden gebruikt om relevante parameters te bepalen. De in te zetten technieken moeten voldoende gevoelig, betrouwbaar, herhaalbaar en kostenefficiënt zijn in relatie tot de gestelde toepassingseisen. Remote Sensing (RS) systemen (al dan niet geautomatiseerd) kunnen mogelijk een grote bijdrage leveren aan het efficiënter karteren van grote gebieden en het volgen van lange termijn ontwikkelingen (en korte termijn gebeurtenissen) in mariene habitats (zie de WaLTER inventarisatie door Davaasuren et al. 2013a). De handreikingen hieronder gaan specifiek in op Remote Sensing (RS) technieken. De vraag hierbij is; wat zijn de toepassingsmogelijkheden/beperkingen van (nieuwe innovatieve) RS technieken in de monitoring van schelpdierbestanden en structuren?

Standaardisatie van RS is van belang om voor grote gebieden monitoringparameters efficiënt te kunnen volgen. Nieuwe ontwikkelingen in detectie, sensoren, computerisatie, miniaturisering van technieken en informatieverwerking, stimuleren de ontwikkeling van een nieuwe generatie van monitoringinstrumenten. (Satelliet)data komen steeds meer beschikbaar tegen lage kosten. Ook zijn computers nu veel goedkoper en snel genoeg om met grote datasets om te kunnen gaan. Zo kunnen hoge resolutie multispectrale RS data van optische satellietsensoren worden gebruikt voor de classificatie van sedimenten, macrofyten en schelpdieren zoals mosselen (Gade et al. 2014).

Met behulp van RS kunnen schelpdierstructuren en -bestanden, in combinatie met onderzoek ter plekke (‘ground truthing’), beter in beeld worden gebracht. RS kan bijdragen aan verbetering van de monitoring doordat op een kostenefficiënte manier een synoptisch beeld van een bepaalde parameter kan worden verkregen die ook consistent in de tijd kan worden gevolgd (bijv. seizoensvariatie). Over het algemeen geldt wel dat een keuze moet worden gemaakt tussen een hoge opnamefrequentie en een hoge ruimtelijke resolutie van de beelden.

De laatste tijd zijn er meer en meer projecten en initiatieven gericht op het onderzoeken van RS toepassingen in mariene monitoring, ook in de context van de Waddenzee. In Duitsland zijn verschillende interessante initiatieven gestart. Het DeMarine/SAMOWatt project richt zich op integratie van satellietdata (optisch en SAR) en velddata voor de monitoring van wadplaten. Het WIMO project ontwikkelt, met het oog op nieuwe EU richtlijnen, innovatieve wetenschappelijke monitoringconcepten voor de Duitse Bocht. Op trilateraal niveau bestaat er de wens voor uitwisseling van RS bevindingen en toekomstige samenwerking in de internationale Waddenzee. Dit werd besproken tijdens een internationale workshop in maart 2015 te Delmenhorst.

Ook in Nederland wordt onderzoek gedaan naar RS toepassingen in de Waddenzee. Vanuit het NIOZ Yerseke werkt een promovendus (Sil Nieuwhof) aan de toepassing van o.a. (hoge resolutie) SAR data (TerraSar-X) om de verspreiding en het ecologisch functioneren van schelpdierbanken te onderzoeken (project NWO Ruimteonderzoek). Daarnaast is er binnen Mosselwad een pilot uitgevoerd naar het gebruik van UAVs (Unmanned Aerial Vehicle, ofwel een drone) voor het monitoren van mosselbanken. Een promovendus van de Universiteit van Utrecht (Jasper Donker) kijkt momenteel of het mogelijk is om met behulp van deze methoden bedekking en hoogtevariatie in mosselbanken te bestuderen. Verder zijn er verkennende onderzoeken uitgevoerd om mosselbanken geautomatiseerd te herkennen en in kaart te brengen op basis van luchtfoto’s van de Nederlandse Waddenzee (Fey et al, 2009), en om schelpdierhabitats en bodem met behulp van sidescan sonar te karteren en monitoren (Van Overmeeren et al. 2009).

Toepassingsmogelijkheden

Verschillende RS technieken kunnen worden ingezet voor monitoring in de Waddenzee. Voor litorale delen zijn dit:

  • Laseraltimetrie
  • Optische satellieten
  • SAR (synthetic aperture radar) & de afgeleide inSAR (interferometric synthetic aperture radar)
  • Luchtopnamen vanuit vliegtuigen/UAVs

Voor monitoring van het sublitoraal (onderwaterbodem) zijn relevante technieken:

  • Echoloding singlebeam / multibeam
  • Sonar
  • Onderwateropnames

Fotogrammie is een belangrijke beeldtechniek in RS, vooral bij luchtopnamen. Het betreft de techniek van het meten in opnamen (2D) van een object (3D) waarbij hetzelfde object in twee of meer vanuit verschillende posities opgenomen opnamen gemeten wordt. Voor een gedetailleerde beschrijving van de techniek en toepassingsmogelijkheden ten aanzien van de monitoring van bodemdaling, zie de factsheet Fotogrammetrie.

Er zijn meerdere toepassingsmogelijkheden voor de inzet van (een combinatie van) deze technieken in de Waddenzee. Tabel 2 illustreert een aantal belangrijke onderwerpen. Vanuit visserijvragen kan RS bijdragen aan habitatclassificatie en het monitoren van visserijeffecten (voor N2000), het karteren van de locaties en stabiliteit van banken, de grootte van de zaadval (jonge zaadbanken) en het bevisbaar areaal. Vanuit ecosysteem studies kan RS worden ingezet om veranderingen en ontwikkelingen (grootte, locatie, hoogte) van banken over langere tijd te volgen.

Abiotisch
/biotisch
Component Toepassing
Abiotisch Habitats
  • Wadplaten/kustzone morfologie
  • Samenstelling bodem
  • Bathymetrie karteringa
  • Classificatie sedimentenb
Processen
  •  Morfodynamiek sediment/ bodem
  • Erosie/sedimentatie
    geulmigratie volgenc
Biotisch Habitats
  •  Schelpdierbankstructuren
  • Habitat classificatie
  • Ruimtelijke distributie
    (locatie en grootte) banken
  • Elevatie/verticale ontwikkeling Soortsamenstelling
Processen
  • Populatiedynamiek
  • Ontwikkeling banken in de tijd
  • Tellingen vogels/zeehondend
  • Primaire productie
  • Volgen algenbloei (chlorofyl a)e
Humaan Menselijk
medegebruik
  • Delfstoffenwinning
  • Scheepvaart (rampen)
  • Toerisme en recreatie
  • Bodemdaling volgenf
  • Olievervuiling
  • Recreatiedruk op het wadg

Parameters

Het WaLTER advies in dit hoofdstuk richt zich specifiek op de potentie van RS met betrekking tot:

  • Het karteren van mossel- en oesterbanken in het litoraal
  • Het karteren van schelpdierbanken in het sublitoraal (mossel- en oesterbanken, en Ensis/Mya sp.)

Daarnaast gaat dit hoofdstuk in op enkele onderwerpen rondom de monitoring van schelpdiervisserij. Als input fungeerde een bijeenkomst met RS experts in Nijmegen, begin 2015. Deze produceerden factsheets welke detaillering geven over de mogelijkheden van RS technieken. Belangrijke monitoringparameters voor het classificeren en karteren van schelpdierbanken zijn:

  • Locatie (wel/niet aanwezig)
  • Areaal/grootte
  • Dichtheden
  • Bedekking
  • Soorten(samenstelling)
  • Hoogte/elevatie t.o.v. omgeving / verticale ontwikkeling
  • Biomassa

Remote sensing litoraal

Radar technieken kunnen worden gebruikt om schelpdierstructuren en bestanden in beeld te brengen. Radar (RAdio Detection And Ranging) is een actieve vorm van aardobservatie, waarbij een radar-satelliet actief elektromagnetische microgolven uitzendt en de terugkaatsing van de golven (backscatter) meet.

SAR
Er bestaan verschillende technieken en eigenschappen van radargolven die kunnen worden gebruikt om verschillende aspecten van het aardoppervlak te meten. Deze technieken omvatten onder meer beeldvormende radar en SAR, InSAR, doppler-metingen en radar altimetrie. Apertuursyntheseradar ofwel SAR (synthetic aperture radar) is een slimme signaalverwerkingstechniek waarmee een beeld kan worden vervaardigd, aangezien een radarantenne niet in staat is een beeld te vormen.
Omdat een radar zelf actief de straling uitzendt, is geen (zon)licht nodig. Een radar kan dus dag en nacht waarnemen en ook vrijwel ongehinderd door bewolking heen kijken; voordelen ten opzichte van optische satelliettechnieken. Getijcondities, daarentegen, zijn net als bij optische meting wel van groot belang om (op het juiste moment) opnamen van droogvallende delen te kunnen maken. Zie voor meer informatie ook de factsheet over de inSAR techniek.

De huidige Radarsat-2, TerraSAR-X, CosmoSkyMed en Sentinel-1 missies voorzien in geschikte SAR data voor het in kaart brengen van litorale schelpdierbedden (klik hier voor een overzicht van radar satellieten). Afhankelijk van de sensor en de instellingen varieert de ruimtelijke resolutie van enkele meters tot tientallen meters. De hoge resolutie beelden (van bijv. TerraSAR-X) beslaan slechts een klein gebied en moeten van tevoren worden aangevraagd, terwijl de grovere beelden van Sentinel-1 standaard worden ingewonnen.

Nieuwhof et al. (2015) verkenden de potentie van X- (TerraSAR-X) en C-band (Radarsat-2) SAR data om dichtheden, soorten en bedekking van schelpdieren te karteren. De (micro)ruwheid van het oppervlak werd gemeten op kaal sediment en schelpdierbanken en daarna gekoppeld aan aanwezigheid, soort en dichtheid. Schelpdieren (oesters en mosselen) en kaal sediment verschilden in gemeten verticale ruwheid, maar omdat de backscatter intensiteit satureerde bij relatief lage ruwheidswaarden, bleek het niet mogelijk om schelpdierdichtheden of soortensamenstelling vast te stellen uit X- en C-band SAR data. Een belangrijke conclusie van Nieuwhof et al. is dat het in kaart brengen van mossel/oesterbanken voorkomen op basis van SAR in principe mogelijk is, dat wil zeggen het onderscheiden van schelpdier substraat (>5% bedekking) van kaal sediment en verspreide (strooi) schelpdieren (<5% bedekking). Een aanvullende studie naar de gevoeligheid en nauwkeurigheid van de methode voor met name monitoring (bijv. detectie van nieuwe aanwas, verdwijnen van de bedden door storm) is echter gewenst.

Optische beelden
Naast SAR beelden zijn ook optische beelden bruikbaar voor de kartering van schelpdierbanken. Fey et al. (2009) onderzochten of mosselbanken in kaart gebracht kunnen worden vanaf luchtfoto’s van de Nederlandse Waddenzee, genomen door Arcadis in opdracht van de NAM. Luchtfoto’s werden geanalyseerd met het menselijk oog en via recognition (object-based) software (ECognition). Beide methoden kenden voor- en nadelen. Vele structuren werden, in beide methoden, ten onrechte als mosselbank aangeduid, hoewel het menselijk oog het succesvolst was. Validatie in het veld blijft noodzakelijk om de analyse van luchtfoto’s te verifiëren, maar kan worden beperkt tot onzekerheden. Zie de  factsheet factsheet Optische technieken voor een gedetailleerde beschrijving van de techniek en toepassingsmogelijkheden voor monitoring.

Het huidige protocol voor het karteren van mosselbanken (WOT en TMAP) is dermate arbeidsintensief dat het (gegeven het beschikbare budget) niet mogelijk is om alle banken jaarlijks te bezoeken. Het vereist veldonderzoek, waarbij de omtrek van mossel- en oesterbanken wordt bepaald door er omheen te lopen met een GPS (zie figuur 6.) en Handboek bestandsopnames schelpdieren WOT – Troost et al. 2012c). Ondanks duidelijk omschreven basisregels kunnen er interpretatieverschillen ontstaan tussen individuele veldmedewerkers; hierdoor ontstaan onnauwkeurigheden.

Bovengenoemde studies wijzen op de potentie van RS technieken (SAR, optisch) om, in combinatie met ground truthing, tot een minder arbeidsintensief en meer gedetailleerde en herhaalbare surveillance monitoring te komen. Hoewel er nog verdere methodologische ontwikkeling voor toepassing binnen operationele monitoring nodig is, kan de inzet van RS techniek (SAR in het bijzonder) bijdragen aan het gebiedsdekkend karteren van litorale schelpdierstructuren (aan-/afwezigheid).

Drone-techniek
Voor verdere methodologische ontwikkeling zijn aanvullende experimenten en vergelijkende studies gewenst van verschillende RS technieken, zoals lucht- versus radaropnamen. Hierbij verdient de potentie van drones (UAVs) in monitoring extra vermelding (zie voor overzicht Colomina & Molina 2014). De recente snelle opkomst van de drone-techniek genereert meer aandacht voor het gebruik van drones (UAVs) in monitoring. Drone opnamen zijn met name bruikbaar voor ad-hoc fotogrammetrische data. De Universiteit van Utrecht onderzoekt of het mogelijk is om hiermee bedekking en hoogte van mosselbanken te bestuderen, dit naar aanleiding van ervaringen in duinen en gletsjers (Lucieer et al. 2013). De output van deze methode is een gebiedsdekkend 3D model dat gebruikt kan worden voor het maken van een hoogtekaart, of het classificeren van bedekking op basis van optische en thermale sensoren (radiometrische informatie vergelijkbaar aan vliegtuig en ruimte opnames). Voor het onderzoek wordt komend voorjaar groundtruthing uitgevoerd, waarna de resultaten zullen worden gepubliceerd (pers. comm. J. Donker).

De inzetbaarheid van de techniek is echter wel gebonden aan strenge wet- en regelgeving. Opnamen vanuit het Nederlandse luchtruim vereisen toestemming van de Luchtverkeersleiding Nederland en dit geldt ook voor opnamen vanuit drones. Daar komt bij dat er momenteel vanuit Defensie strenge restricties gelden op vliegbewegingen boven het waddengebied (ingevoerd in 2014). Er kan alleen in het weekeinde gevlogen worden. Het is nog onduidelijk of er aparte wet- en regelgeving zal komen omtrent het gebruik van drones.

Remote sensing sublitoraal

De huidige surveys onderschatten het totale bestand aan schelpdieren en geven onvoldoende inzicht in de soortensamenstelling in het sublitoraal (Tulp et al. 2010). Inzicht in dieper levende soorten met omvangrijke bestanden als Ensis sp. en Mya sp. ontbreken momenteel. Er was tot nu toe geen taakstelling voor deze monitoring vanuit het ministerie en daarnaast ontbreekt vooralsnog een effectieve methode daartoe. Door uitbreiding van het aantal stations zou het mogelijk moeten zijn om voor Ensis sp. en Mya sp. redelijke schattingen van de biomassa te kunnen maken en de soortensamenstelling in het sublitoraal beter te kunnen vaststellen. De schatting is dat minimaal 100 stations extra nodig zijn (pers. comm. K. Troost).

Naast aanpassingen in resolutie (ruimte en tijd) zijn verbeteringen in monitoringtechniek en bemonstering nodig. De momenteel gebruikte monstertuigen zijn minder geschikt voor een goede inventarisatie van dieplevende soorten als Amerikaanse zwaardschede omdat deze dieren veel dieper in het sediment voorkomen dan de bemonsterde diepte (7-10 cm). Een nieuw monstertuig, de semi-dredge, een diep stekend monstertuig dat een soort hybride is tussen een boxcore en een bodemschaaf, heeft potentie om structureel in de surveys ingezet te worden. Het betreft momenteel nog een proto-type welke verdere ontwikkeling nodig heeft (Craeymeersch et al. 2007). Zie themadossier Baggeren.

Voordat een routinematige survey kan worden gerealiseerd is meer kennis nodig over de (potentiële) verspreiding van soorten in het sublitoraal. Dit is nodig om een goede stratificatie vast te stellen op basis van de gebieden waar de soorten verwacht kunnen worden (pers. comm. K. Troost). Deze vraag speelt momenteel bij de monitoring van schelpdieren in de Noordzee kustzone (pers. comm. J. Craeymeersch).

Akoestische technieken
Bij karteringen kunnen akoestische technieken gebruikt worden om in beeld te brengen waar (binnen potentieel geschikt gebied) banken voorkomen en om zogeheten optimum allocation analyses (stratificatie) voor bestandsschattingen uit te voeren.
Waar intensieve conventionele bodembemonstering te kostbaar is, en troebel water de inzet van optische of radar remote sensing technieken verhindert, kunnen akoestische technieken als echo sounding en sidescan sonar worden ingezet (zie o.a. Vorberg et al 2009). Deze ondervinden veel minder hinder van troebel water. Genoemde technieken maken gebruik van onder water uitgezonden geluidsgolven. Voor een gedetailleerde beschrijving van akoestische technieken en hun toepassingsmogelijkheden voor monitoring in de Waddenzee zie de factsheet Akoestische methoden. De toepassing bij het in kaart brengen van mesheften wordt hieronder kort toegelicht.

Mesheften akoestisch karteren
In 2007 zijn mogelijkheden verkend om het voorkomen van mesheften in kaart te brengen via akoestische metingen (zie bijlage Craeymeersch et al. 2007). Hierbij is de SILAS technologie gebruikt, waarmee gereflecteerde geluidspulsen geanalyseerd en akoestische karakteristieken bepaald worden. De conclusie was dat akoestische metingen en de SILAS technologie in principe mogelijkheden lijken te bieden voor de detectie van schelpdieren. De eerste resultaten waren hoopvol, maar voor een betere interpretatie en correlatie zijn nadere tests nodig. Er moet meer informatie beschikbaar komen over het areaal dat de mesheften innemen, naast informatie over de andere bodemdieren en andere verstorende factoren (Craeymeersch et al. 2007). Aanvullende kennis van het waterbodemoppervlak, zoals te verkrijgen met sidescan sonar, is wenselijk.

Ook in Belgisch onderzoek (Houziaux et al. 2011) leken hoge dichtheden aan Ensis sp. een specifiek akoestisch signaal af te geven. Door Troost et al. (2012b) is onderzocht of multibeam sonar inzetbaar is voor het karteren van Ensis banken dan wel bodemtypen waar de kans op aantreffen van Ensis sp. groot is. Weliswaar kon een akoestisch signaal van Ensis sp. gedetecteerd worden, maar hoge variatie maakte de gevonden correlatie zwak. Dit kan verbeterd worden middels meer geavanceerde methoden voor pre- en post-processing van de multibeam data. Voordat multibeam technologie meer generiek toepasbaar is, moeten er nog een aantal stappen genomen worden (Troost et al. 2012b).

Aanbevelingen

  • Combinatie van methoden en technieken
  • Validatie
  • Combinatie van data: een expert systeem
  • Samenwerking en delen – een gezamenlijke database?
  • Continuïteit van RS data

Combinatie van methoden en technieken
Het combineren van conventionele methoden met Remote sensing is veelbelovend hoewel huidige RS toepassingen de veldsurveys niet kunnen vervangen. RS opnames kunnen de nauwkeurigheid en ruimtelijke schaal van bijvoorbeeld schelpdieropnames vergroten. Een combinatie van veldwerk en RS monitoring kan voor consistente tijdseries zorgen en een kostenefficiënt alternatief bieden naast de inzet van (relatief) arbeidsintensieve dataverzameling in het veld (Stelzer et al. 2004). Veldwerk blijft echter nodig om gebiedskennis op te doen en gemeten RS parameters te valideren. Bij het inzetten van nieuwe technieken is het belangrijk de continuïteit van (bestaande) meetreeksen in ogenschouw te blijven houden (zie verderop). De resultaten van nieuwe en oude metingen mogen niet worden vertekend door veranderingen in meetmethode (tenzij dit een wezenlijke verbetering betreft).

Gezien de huidige stand van de techniek en de snelle innovaties (bijv. multi-sensor platforms, drones, geautomatiseerd meten) is het zinvol om op grotere schaal te experimenteren met de integratie van nieuwe technieken in operationele monitoringprogramma’s. Wanneer getest en gevalideerd in een specifiek, goed bestudeerd gebied, kan worden verwacht dat RS methodes geëxtrapoleerd kunnen worden naar operationele monitoring op een grotere ruimtelijke schaal (Davaasuren et al. 2013a). Voor schelpdiermonitoring liggen er bijvoorbeeld mogelijkheden om SAR beelden in monitoring te integreren, teneinde habitatkartering van schelpdierstructuren (aanwezigheid/afwezigheid) in de gehele Waddenzee te realiseren.

Validatie
Goede validatie in het veld (ground truthing) is essentieel in RS toepassingen. Het is van belang om het onderscheidend vermogen van sensortechnieken voor monitoringparameters in het veld te valideren. In een dynamisch systeem als het waddengebied dient dit wel per gebied, seizoen en jaar te gebeuren. Veldsurveys blijven nodig, niet alleen om parameters te monitoren die niet met RS gevolgd kunnen worden, maar ook vanwege veldvalidatie. Het testen en valideren van RS in relatie tot veldmethoden is belangrijk. Een voorbeeld is het vergelijken van schelpdierarealen (contouren) verkregen via veldmetingen (ingelopen contouren bevatten bedekte en ‘lege’ stukken wad; figuur 6), versus RS methoden (oppervlaktes bedekking worden gemeten). Eveneens gewenst zijn studies naar combinaties van verschillende RS technieken, zoals luchtopnames en radaropnamen, samen met veldgegevens.

Combinatie van data: een expert systeem
Om tot verbeterde classificatiemethoden en karteringen te komen, kunnen data van verschillende RS sensoren worden gecombineerd zoals multispectrale en SAR methoden voor het classificeren van wadplaten (zie Gade et al. 2014). Samen met validatiedata en veldexpertise kunnen deze worden toegepast in een expert systeem (figuur 7). Dit bestaat uit:

  • Een kennisbasis met de noodzakelijke kennis voor probleemoplossing, afkomstig van specialisten
  • Een ‘redeneersysteem’(inference engine), ofwel het brein van het systeem. Het gebruikt de kennisbasis om met algoritmen een oplossing te berekenen en stelt de mate van betrouwbaarheid vast.

Om integratie van ecologische kennis van experts en RS waarnemingen mogelijk te maken, is aandacht nodig voor geschikte analysetechnieken, zoals multi-criteria analyse, kunstmatige intelligentie en Bayesiaanse wiskunde. Schmidt et al. (2002) toonden aan dat nauwkeurigheid en efficiëntie om een gedetailleerde kweldervegetatiekaart te maken voor Schiermonnikoog verhoogd kon worden van 43% naar 66% (ten opzichte van conventionele luchtfoto interpretatie) wanneer hyperspectrale optische beelden in een expertsysteem gecombineerd worden met terreingegevens uit radaraltimetrie (zie factsheet Optische technieken).

Samenwerking en delen – een gezamenlijke database?
Voor verbeterde classificatie en het volgen van habitatontwikkelingen is het wenselijk over meer RS beelden te beschikken uit verschillende seizoenen, dagen en getijfasen. Momenteel is het aantal beschikbare RS beelden per jaar erg beperkt hoewel de nieuwe Sentinel missies perspectief bieden (zie onder). Jaarlijks vinden er diverse opnamevluchten (in verschillende resoluties) plaats in het waddengebied. Helaas zijn deze opnamen niet publiekelijk beschikbaar. Het is raadzaam te onderzoeken of er -voor specifieke toepassingen- meer opnamen gedeeld kunnen worden tussen partijen. Wellicht kunnen de deelnemers naar rato bijdragen. Schaal en samenwerking kunnen een dergelijke vlucht financieel interessant maken. Verder is het belangrijk om betere en geautomatiseerde algoritmen en methoden te ontwikkelen om uit de beschikbare data de beelden met schelpdierbanken te identificeren voor verschillende delen van de (internationale) Waddenzee die zowel wolkenvrij zijn als genomen bij laag tij. Met veldgegevens kunnen de beelden worden gevalideerd. De ontwikkeling van een centrale ‘Waddendatabase’ met RS beelden, gekoppeld aan een systeem dat het geautomatiseerd scannen van meta-data mogelijk maakt, is daarbij een optie (Davaasuren et al. 2013b).

Continuïteit van RS data
Een duurzame betrouwbare voorziening van satellietdata is belangrijk in het zeker stellen van het functioneren van een lange-termijn monitoringsysteem voor de toekomst. Er kan worden verwacht dat de duurzaamheid van langetermijn methoden en instrumenten niet door satellietmissies (figuur 8) beïnvloed zal worden. Het huidige beleid van de ESA, en andere satellietbedrijven, is gericht op continuïteit in ruimtelijke resolutie en het bijstellen en ‘updaten’ van de frequenties en het bereik in golflengten in nieuwe missies van radar en multispectrale satellieten. Ze staan ook voor het behouden van de uitwisseling tussen en het gebruik van data uit vroegere, huidige en toekomstige missies (Davaasuren et al. 2013a). De kosten voor het verkrijgen van (voldoende) multi-temporele RS beelden kan een drempel zijn voor het gebruik van RS (beelden) in reguliere monitoring. De aangekondigde gratis toegang tot de data uit de Sentinel (1 en 2) missies binnen het Copernicus programma is echter veelbelovend.

Voor specifieke monitoringdoeleinden en parameters is het van belang dat toekomstige satellietsensoren banden zullen (blijven) bevatten om in de benodigde data te voorzien. Dit geldt bijvoorbeeld voor sensoren die de unieke golflengtes voor schelpdieren kunnen meten zoals geïdentificeerd in de studie van Gloria (2013). Hier kan actief op worden ingezet door uitvoerende partijen. Wanneer onderzoeks- beheer- en monitorende partijen in het waddenbied lobbyen voor aanpassing en verbetering van sensoren bij ESA, kan dit leiden tot verbeterde monitoringmogelijkheden. Anderzijds kunnen producenten van RS technieken en data de mogelijkheden van aardobservatie voor genoemde toepassingen meer voor het voetlicht brengen.

Een voorbeeld hiervan is een recent toegekend project getiteld ESA Innovator III call RS4EBV (Remote sensing for Essential Biodiversity Variables). Hierin wordt de technische en ecologische expertise van verschillende organisaties (ITC en Sovon) samengebracht om de capaciteit van Sentinel-2 beelden voor wadden- en kweldermonitoring te onderzoeken. Nieuwe sensoren en methoden moeten natuurlijk wel getest, gekwalificeerd en gedocumenteerd worden om hun waarde voor langetermijn monitoring aan te tonen. Wanneer op nieuwe technieken wordt overgegaan, verdient het aanbeveling om oude en nieuwe methoden in de tijd te laten overlappen om de continuïteit van lange meetreeksen te garanderen. Zoals gemeld lijkt de inwinning van beelden via satellieten op de lange termijn betrouwbaarder dan inwinning via luchtvoertuigen gezien (veranderende) restricties voor inwinningsvluchten.

Referenties